Het opsplitsen van een applicatie in microservices wordt vaak gepresenteerd als een manier om teams onafhankelijk te laten werken. In de realiteit pakt dit vaak anders uit. Voor de gemiddelde applicatie introduceert een gedistribueerd systeem vooral veel 'architectural overhead'.
Denk aan de complexiteit van distributed tracing, het beheer van meerdere CI/CD-pipelines en de noodzaak voor strikte API-contracten tussen frontend- en backend-teams. Wanneer elke simpele feature aanpassingen vereist in drie verschillende services en een frontend-repository, verdwijnt de wendbaarheid. De TALL stack (Tailwind, Alpine.js, Laravel, Livewire), waar we in een eerder blog al de grootste voordelen van bespraken, brengt die wendbaarheid terug door de volledige stack in één samenhangend ecosysteem te houden.