Artikel 4 van de Europese AI-verordening geldt sinds 2 februari 2025. Het verplicht zowel aanbieders als gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen om te zorgen voor AI-geletterdheid bij hun personeel, afgestemd op rol, kennisniveau en gebruikscontext. Geen ondergrens in bedrijfsgrootte, geen uitzondering voor lage risicoklassen: gebruik je ChatGPT, Copilot of Claude in je werkprocessen, dan val je eronder. Het toezicht is per 2 augustus 2026 van start gegaan.
Waarom is dit eigenlijk wettelijk geregeld? Het idee achter artikel 4 is dat AI-systemen fouten maken die er niet uitzien als fouten. Een sollicitant die wordt afgewezen op grond van een patroon in oude data. Een samenvatting waarin één bedrag net verkeerd staat. Een antwoord dat vloeiend en overtuigend klinkt en feitelijk onjuist is. Wie niet weet dat dat kan gebeuren, controleert het ook niet. De wetgever legt de verantwoordelijkheid daarom bij de organisatie die het systeem inzet: zorg dat de mensen die ermee werken begrijpen wat ze voor zich hebben.
Wat er veel minder vaak bij wordt gezegd: artikel 4 is een week vóór die datum herschreven. De Digital Omnibus, Verordening (EU) 2026/1744, is sinds 27 juli van kracht. Waar de oude tekst vroeg om een toereikend niveau te waarborgen, vraagt de nieuwe tekst om maatregelen die de ontwikkeling ervan ondersteunen. De Commissie vat het zelf zo samen: de verplichting blijft, maar er wordt geen specifiek niveau voorgeschreven, en je hoeft bij geen enkel individu een bepaald niveau te garanderen.
Hoe wordt dat gehandhaafd? Eerlijk antwoord: dat is nog niet scherp. Artikel 4 kent geen eigen boetebedrag in de verordening. De Europese Commissie stelt in haar Q&A dat nationale toezichthouders kunnen handhaven en sancties opleggen, maar dat moet in nationale wetgeving worden geregeld en de Nederlandse Uitvoeringswet AI-verordening is nog in voorbereiding. De verordening creëert bovendien geen strafbare feiten en geen recht op schadevergoeding.
Wat overblijft is dit. De Commissie geeft aan dat een sanctie waarschijnlijker wordt als er bewijs is van een incident dat voortkomt uit gebrekkige training en begeleiding. Niet als losstaande overtreding, dus, maar als omstandigheid op het moment dat er om een andere reden naar je organisatie wordt gekeken. Een certificaat is niet nodig, een AI-officer evenmin: een interne registratie van wat je hebt gedaan volstaat.
Kortom: de verplichting staat, de lat ligt lager dan een half jaar geleden, en wie een cursus kocht om een boete af te wenden, kocht iets tegen een risico dat anders in elkaar zit dan de folder suggereerde.